Ondernemen en het Cultuurplan 2013-2016

Het cultuurplan is er! Op punten kan deze nog worden gewijzigd maar de uitgangspunten staan er. Het document is hier te lezen. Wat mogen ondernemers en instellingen in deze sector ervan verwachten?

Ondernemerschap is het toverwoord of, zo u wilt, het cliché van het moment. Dat is op zich niet onlogisch want willen we evenveel cultuur houden met minder overheidsbijdrage, zal er geld uit de markt moeten komen.

Definitie ondernemerschap volgens DKC

‘Ondernemerschap in de culturele sector veronderstelt dat instellingen zich richten op professionele, inhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, vanuit een eigen visie en strategie. Dat betekent dat wij ervan uitgaan dat de culturele organisaties zich ook bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, hun omgeving (regionaal, nationaal en internationaal) en hoe zij zich tot de stad verhouden’.

Definitie volgens het competentie woordenboek

‘Signaleren van kansen in de markt, zowel voor bestaande als nieuwe producten/diensten, ernaar handelen en daarbij risico’s durven nemen’.

Twee dingen vallen meteen op. In de definitie van DKC komt het woord ‘markt’ niet voor, evenals het woord ‘risico’. DKC spreekt ook niet over ondernemers in het cultuurplan, maar over ‘instellingen’. Het lijkt alsof het plan is geschreven vanuit de gedachte dat (gesubsidieerde) instellingen de partijen zijn die aan de culturele sector vormen.  Deze denkwijze is geen breuk met de traditie en geeft geen vorm of inhoud aan ‘echt’ cultureel ondernemerschap en doet daarmee niet gesubsidieerde instellingen tekort.

De cultuurmarkt

Op pagina 6 wordt expliciet gezegd dat de noodzaak tot bezuinigen noopt tot een ‘heroriëntatie met de marktsector’. Niet helemaal duidelijk is wat er nu met de marktsector wordt bedoeld. Zijn dat de culturele ondernemers of juist het bedrijfsleven dat meer zou moeten bijdragen aan deze sector? In elk geval blijft onduidelijk waartoe die heroriëntatie zou moeten leiden en hoe daar concreet invulling aan wordt gegeven.

De cultuurmarkt is een eigenaardige markt. Ten eerste volgt in tegenstelling tot een veel andere markten de vraag het aanbod. Ten tweede is de overheid op deze markt de grootste speler en beïnvloed zij deze markt in grote mate. Dit schept een grote verantwoordelijkheid voor de overheid, met name in de richting van ondernemers in deze markt. Als je geen (overheids)subsidie krijgt laat je als ondernemer een grote ‘klant’ liggen en dus zullen de meeste ondernemers ook vroeg of laat noodgedwongen een subsidie aanvragen.

Is dit dan een pleidooi voor het afschaffen van subsidies? In elk geval is het geen pleidooi voor de besteding van publiek geld aan cultuur. Vanuit de collectieve inkoop gedachte zal dit een noodzakelijk middel zijn waarvoor geen denkbaar efficiënt alternatief is. Misschien is een heroriëntatie over subsidiering wel op zijn plaats. Als we ‘voor de discussie’ even kort door de bocht zeggen dat de overheid met het cultuurbudget leefbaarheid in de stad koopt als uitgangspunt nemen. Diezelfde overheid zou zich dan de vraag kunnen stellen welke partij kan tegen de beste prijs die leefbaarheid leveren.

Cultuursubsidies worden in de regel gegeven aan instellingen zonder winstoogmerk. Ondernemers vallen dus automatisch af als partij om deze leefbaarheid bij in te kopen. Deze vanzelfsprekendheid zou ik graag ter discussie stellen. Uiteraard ben ik me ervan bewust dat hier ook allerlei (Europese) regelgeving aan ten grondslag ligt. Gevolg is echter wel dat ondernemers, willen zij aanspraak maken op subsidie, een stichting oprichten. Er is een veelheid aan stichtingen die feitelijk onder de controle staan van een ondernemer. Ik heb daar het gevoel bij dat we elkaar een beetje voor de gek houden. Dit woud aan stichtingen kost ook nog eens veel geld en energie om in stand te houden.

Een voorbeeld

Een groot evenementenkantoor in Rotterdam laten we deze XYZ noemen organiseert al jaar en dag een gratis toegankelijk festival in Rotterdam. Formeel gezien wordt het festival georganiseerd door Stichting ABC, gevestigd op hetzelfde adres. ABC laat de werkzaamheden grotendeels over aan XYZ en andere vaste partners. ABC vraagt zelden of nooit een concurrerende offerte aan voor de productie of programmering. De vraag is dan ook hoe onafhankelijk deze stichting daadwerkelijk is.

De onderneming loopt zo geen risico, maar kan er ook niet meer aan verdienen dan in de aanvragen is vastgelegd en volgens de regels van cultural governance is toegestaan. De stichting zou nog wel een winst kunnen maken, maar kan die niet uitkeren. Ook aan de meeste instellingen is er een maximum gesteld aan de vermogensreserve die zij mogen opbouwen. Hou je veel geld over als stichting dan probeer je dat middels extra uitgaven te doen anders loop je het risico volgens jaar minder geld te krijgen. Er is nu dus bijna geen stichting te vinden die voldoende reserve heeft opgebouwd om eventuele significante kortingen als gevolg van de bezuinigingen op te vangen.

Deze situatie werkt ondernemerschap tegen. Het nemen van risico, en het beloont worden voor het goed presteren, zijn blijkbaar geen uitgangspunten bij subsidieverstrekking.  Dat kan anders.

Alternatief

Dat is niet eenvoudig. Je zou naar de mogelijkheid kunnen kijken om een vehikel (gefinancierd door overheid, bedrijfsleven en particulieren) op te tuigen dat investeert in cultuur en risico’s afdekt en dat ook zaken doet met ondernemingen. Zo kan je kappen in het woud van stichtingen. Door niet altijd te subsidiëren, maar garanties te geven aan risicovolle culturele activiteiten met minder geld, toch een hoop mogelijk te maken. Tevens zou de mogelijkheid er moeten zijn om een premie op risico te incasseren zodat de geldstroom die ontstaat duurzaam wordt.

Traditioneel wordt er geld gegeven aan een aantal instellingen die (middels een stichting) zelf programma inkopen. Voor een ‘maker’ is het dus geprogrammeerd worden of niet. Het is heel lastig om (voor eigen rekening en risico) een plek te vinden in de stad. Een verschuiving van subsidie van culturele ‘facilitators’ naar makers van cultuur zou meer dynamiek in de markt kunnen brengen. De bakstenen moeten dan zaken doen met inhoud waarbij zij meer met elkaar zullen strijden om aantrekkelijke partijen binnen te halen. De makers op hun beurt zullen meer worden uitgedaagd om naar hun publiek te kijken als financieringsbron. Dat ga je vanzelf doen als je risico neemt en dit niet automatisch overlaat aan de beheerder van de stenen. Zo zou in de popsector het ‘spelen voor de deur(opbrengst)’ weer terug kunnen komen. Door de manier van financieren is dit in Nederland in tegenstelling tot veel andere landen uitgestorven. Zo krijgen ondernemende bands meer kansen.

Nieuwe generatie cultuurmakers en publiek

In het cultuurplan wordt aangegeven dat er meer ruimte moet komen voor een nieuwe generatie makers en publiek. Nog niet duidelijk is, hoe dit bereikt wordt. Sowieso ontbreken helder en meetbaar geformuleerde doelstellingen in dit plan. Dit wijkt overigens niet af van de meeste stukken die vanuit het stadhuis komen. Om dit te verwezenlijken is meer nodig dan alleen opschrijven dat je het wil.

Samenvattend

De culturele markt is een complexe markt. Hoewel de gemeente als een van de drie speerpunten ‘ondernemerschap’ noemt (naast Levendige binnenstad en Talentontwikkeling). Heeft zij duidelijk moeite hier beleid op te maken. Misschien eens een echte ondernemer vragen en niet weer een of andere professor in de ‘Cultuurkunde’. Het is crisis, laat die niet verloren gaan!

Hans Mosselman.

Wethouder Antoinette Laan en Hans Mosselman

Gemeente dreigt popsector nieuwe klap te geven

Daar verschijnt dan opeens zo’n berichtje. Iemand die de afgelopen weken koortsachting is bezig geweest met een aanvraag bij de dienst kunst en cultuur (DKC) wees me erop. Project- en jaarsubsidies geblokkeerd staat erboven. Lees het bericht hier

Van de gereserveerde gelden voor WATT, zo’n 1,2 miljoen zou €400.00 beschikbaar komen voor de popsector om de klap een beetje op te vangen. Dit bedrag was ‘geoormerkt’ zoals dat in ambtelijk jargon zo mooi heet als programma budget. De rest van het bedrag is gereserveerd voor de juridische claim die de gemeente boven het hoofd hangt in het kader van ‘onbehoorlijk bestuur’ inzake WATT.

Ondergetekende heeft ervoor gepleit ook dat geld voor de sector te bestemmen maar er is anders beslist. Hoewel ik het toch een beetje voel als dat de sector (mede) de rekening betaalt van het geklungel van een paar ambtenaren kan je daar in deze moeilijke tijden voor de gemeente misschien mee leven. Nu dreigt echter ook die €400.000 de sector te worden ontnomen.

Er zijn 3 redenen waarom ik me hier zo druk over maak.

1. Dit geld was al geoormerkt en dus bestemd voor de sector. Afspraak is afspraak.

2. De indien termijn om aanspraak te maken op deze gelden is 1 juli 2011, over een paar dagen dus. Veel mensen hebben veel tijd in aanvragen gestoken en als mijn vrees bewaarheid wordt dan is dat allemaal voor niets geweest.

3. Juist nu moet er geld naar inhoud en programma. We kunnen denk ik allemaal een hele lijst van onzinnige dingen opnoemen waarop je eerder zou kunnen bezuinigen. En nee ik zal niet weer over het Urban Culture Podium beginnen maar het schoot me toch weer even te binnen. Hoeveel miljoen was het ook al weer?

Er zijn een aantal partijen die deze gang van zaken gelukkig ook niet netjes vinden. Ik kreeg van Jos Verveen (D66) net een berichtje dat hij voornemens is een motie in te dienen om het geld alsnog beschikbaar te maken voor de sector.

Er zijn echt nog wel mensen die zich druk maken om de geloofwaardigheid van de overheid maar de vraag is of het er genoeg zijn. Het is duidelijk dat als culturele ondernemer de gemeente een lastige partner is. Reden temeer om daarom beter samen te werken en onze expertise te delen. Binnenkort zal de Cultuurbrigde met een concreet voorstel komen om hier een begin mee te maken.

Uiteraard zal ik met een mengeling van belangstelling en ongenoegen voor u volgen hoe het afloopt met die € 400.00 en mij hier weer melden als dat nodig is. Ik kijk uit naar de dag dat ik hier een vrolijk berichtje kan plaatsen ;)

Hans Mosselman

Popsector Rotterdam betaalt rekening WATT

Tijdens de laatste commissie vergadering JOCS (Jeugd, Onderwijs, Cultuur en Sport) is wederom besproken wat er met het budget gaat gebeuren dat gereserveerd was voor WATT en dus voor de Popsecotor.

Er staat voor 2011 en 2012 jaarlijks ongeveer € 1.200.000 in de begroting waarvan € 400.000 is ‘geoormerkt’ als programmeringsbudget. Dit laatste bedrag wordt door DKC beschikbaar gemaakt als projectsubsidie aanvragen kan tot 1 juli 2011.

Het resterende bedrag wordt door wethouder Laan gereserveerd voor de juridische claims die de gemeente boven het hoofd hangen. Hoe groot de reservering is kon zij naar eigen zeggen niet in de openbaarheid brengen in verband met de invloed die dat zou hebben op de rechtszaak. Dit is vreemd omdat het uiteindelijk toch ook in de begroting opgenomen moet worden die door de raadsleden moet worden goedgekeurd en die openbaar is.

Ik heb er in mijn inspreek minuutjes voor gepleit dat het bedrag alsnog voor de sector beschikbaar zou komen. Juist op dit moment is de popsector er niet bij gebaat dat het budget verder wordt beperkt. Hoewel uiteindelijk de raadsleden (uw volksvertegenwoordigers) de budgetten bepalen blijft het mij onduidelijk hoe zij hier tegenover staan. Ik heb een aantal van hen per mail gevraagd wat hun standpunt daarover is maar heb tot op heden geen antwoord mogen ontvangen. Het zal er dus op neerkomen dat de sector, die je toch moeilijk verantwoordelijk kan houden voor het fiasco WATT zelf de rekening gepresenteerd krijgt.

Opvallend is ook dat er eigenlijk helemaal geen geluid uit de sector zelf komt. De stem van onze sector klinkt zwak in het stadhuis. Dat zou een van de taken moeten worden van de onafhankelijk poporganisatie waar wijal geruime tijd voor pleiten. De popsector komt er immers bekaait af als je het afzet tegen de cultuurparticipatie in onze stad. Gelukkig hebben inmiddels een aantal partijen zich uitgesproken voor het idee van een onafhankelijke poporganisatie. Zo kwam Jos Verveen van D66 met een eigen voorstel voor een ‘popgenie’ en zijn er van SP tot Leefbaar medestanders te vinden. De wethouder en raadsleden zijn voornemens een werkbezoek te brengen aan Den Haag om zich daar te laten informeren over het functioneren van Haagse poporganisaties Musicon en het HPC.

Het is nu zaak als sector hier bovenop te blijven zitten nu we de mogelijkheid hebben daadwerkelijk iets te verbeteren. Iets wat eigenlijk sinds de jaren 70 in Rotterdam niet is gelukt. Laat u horen!

Uiteraard zal ik het hier weer melden als er nieuws is.

Hans Mosselman

Popvisie Rotterdam

Popvisie

Hij is er dan de popvisie! Hij is in zijn geheel hier te lezen.

We zijn natuurlijk blij dat hij er is en dat wethouder Laan er zich van bewust is dat Rotterdam een podium van het formaat Nighttown moet hebben.

 

    1. Popvisie?

Een visie zou een blik moeten zijn op de toekomst van de popsector en inzicht geven over welke maatregelen er genomen moeten worden om de gewenste toekomstige situatie te bereiken. Deze popvisie is nou niet het meeslepende verhaal over een mooie toekomst voor de Rotterdamse Popsector. Eigenlijk gaat het helemaal niet over de ‘sector’ maar voornamelijk over het grootstedelijke podium wat er mist. In de paar regels die er wel aan de sector worden besteed gaan voornamelijk over mogelijkheden tot optreden. De popsector beslaat echter een veelheid aan andere activiteiten die allemaal belangrijk zijn voor een lokale muziekindustrie. Deze popvisie is van wethouder Laan die cultuur in haar portefeuille heeft. Toch zou in een echte visie ook bijvoorbeeld het (sociaal) economische aspect belicht moeten worden.

 

    1. Cultureel Ondernemerschap

Het woord ‘ondernemerschap’ wordt meerdere keren genoemd. In lijn met het ‘collegewerkprogramma’ richt de aandacht van de gemeente zich talentontwikkeling en ondernemerschap (pagina 1).

Dat is een goede zaak zou de daad bij het woord worden gevoegd. Ondernemerschap is immers het enige duurzame middels om de weerbaarheid van de sector tegen de verschraling van het cultuurbeleid te vergroten.  Met verbazing lezen we op bladzijde 6 echter dat een eventueel grootstedelijk popodium moet worden geëxploiteerd door een stichting. Dit staat haaks op de uitgangspunten van het collegewerkprogramma en is uit de pen van een VVD wethouder toch minimaal curieus te noemen.

Bij de overheid heerst nog steeds de gedachte dat met Cultuur er geen geld  verdient kan en mag worden. Cultuursubsidies worden nagenoeg uitsluitend gegeven aan instellingen zonder winstoogmerk. Dit dogma staat de ontwikkeling van de hele sector in de weg en gebleken is dat het niet effectief is. De gemeente doet continue zaken met ondernemers. Als er een parkeergarage moet worden gebouwd is het geen enkel probleem dat daar een ondernemer de opdracht krijgt. Zo zou het ook geen probleem moeten zijn als een culturele ondernemer overheidsgeld krijgt om een door de gemeente gewenst product op te leveren. Het gaat er uiteindelijk toch om dat de gemeente het beste resultaat krijgt voor de scherpste prijs. Dat niet-commerciële instellingen daar automatisch de beste papieren voor hebben is nu wel bewezen een misvatting. Als gevolg van dit beleid is er een woud van stichtingen ontstaan die uitsluitend tot doel hebben in aanmerking te komen voor overheidsgeld. Hierdoor wordt deze markt minder transparant. Dit taboe moet verdwijnen ten faveure van cultureel ondernemerschap.

 

    1. WATT 2.0

Naast het in punt 2 genoemde bezwaar blijft het verder onduidelijk wat en wanneer er gaat gebeuren. Degenen die het haalbaarheidsonderzoek zal uitvoeren zal toch wel wat meer randvoorwaarden moeten hebben om een resultaat te kunnen presenteren waarop ook actie kan worden ondernomen. Daarbij zal toch iets gezegd moeten worden over geld, tijd etc.

Opvallend is ook de zin op pagina 6 ‘ Op basis van onze kennis van de sector hebben wij er allen vertrouwen in dat een geschikte partij zich aandient wanneer wij als stad de juiste faciliteiten aanbieden en een heldere rolverdeling hanteren’. Hebben we het hier niet over dezelfde mensen die de directeur van WATT een geschikte partij vonden? De beste garantie dat een goede exploitant er alles aan doet om een podium een succes te maken is als deze er zelf geld in steekt. In de voorgestelde situatie wordt dat uitgesloten. Wij pleiten er dan ook voor dat in het haalbaarheidsonderzoek de mogelijkheid van samenwerking met een ondernemer ook wordt bekeken.

 

    1. Vrijgekomen budget

In de begroting van de gemeente staan voor 2011 en 2012 bedragen gereserveerd die bestemd waren voor WATT en dus voor de popsector. In 2011 was er ongeveer € 1.200.000,00 beschikbaar waarvan € 400.000,00 ‘geoormerkt’ is voor programmering. Dit laatste bedrag komt weer beschikbaar. Helaas wordt het resterende bedrag gereserveerd voor claims die de gemeente boven het hoofd hangen. De curator van WATT wil een bedrag terugvorderen van € 2.500.00,00 en verwijten de gemeente onbehoorlijk bestuur. Het is wel zuur dat de sector daar dus ook min of meer de rekening voor betaalt. Het liefst zouden wij zien dat het bedrag gereserveerd voor WATT in zijn geheel voor de popsector beschikbaar komt. Misschien is dat geen haalbare kaart maar dan zou in elk geval het berdrag ‘geoormerkt’ moeten worden als geld voor de ‘popsector’.

Fijn dat er in elk geval een bedrag is voor programmering van popmuziek. Er staan verder geen voorwaarden aan de besteding ervan. Toch wordt er door de DKC wel degelijk beoordeeld. Op bijvoorbeeld ‘onderscheidend vermogen’ of ‘aanvulling op bestaand aanbod’. Blijkbaar hebben ze daar dus een goed overzicht van wat er gebeurt in de stad en wat er mist. Dat vooraf aangeven zou prettig zijn voor aanvragers maar ook voor de dienst zelf die daarmee, als het goed is, minder aanvragen hoeft af te wijzen.

Overigens  is de Cultuurbrigade blij met het voorstel van Jos Verveen van D66 voor een onafhankelijke ‘popgenie’. De popcultuur is zo complex en verandert zo snel dat het voor een gemeentelijk dienst bijna ondoenlijk is daarin bij te blijven. De dienst zou zich meer bezig moeten houden op strategisch niveau en hoofdlijnen en beleidswensen laten implementeren door bijvoorbeeld zo’n onafhankelijk popgenie die middenin de sector staat.

Tot slot vinden wij het jammer dat er vanuit de sector zelf zo weinig inhoudelijke reacties zijn gekomen. Als sector hebben wij ook een eigen verantwoordelijkheid om het beleid (mede) vorm te geven. Die tijd is nu!. Op onze linkedIn groep ‘Creatieve Industrie Rotterdam’ zullen kunt u alle reacties kwijt. Hieronder reageren wordt ook gewaardeerd.

Hans Mosselman

Popwarming actie

Popwarming

Teken de petitie online!Klik op het groene logo om de petitie online te tekenen!

Onder het motto ‘goede ideeën beginnen vaak achter op een bierviltje’ start de Cultuurbrigade een ludieke actie om aandacht te vragen voor een Rotterdamse poporganisatie. Wil je ook dat in de Popvisie die wethouder Laan nu aan het schrijven is deze optie wordt meegenomen teken dan een viltje en lever het in bij RoTownYourspaceHeidegger, of stuur het naar: Cultuurbrigade, Postbus 21303, 3001 AH Rotterdam. Uiteraard kun je ook gewoon een mailtje sturen. Wij zullen zo spoedig mogelijk een doos bierviltjes aanbieden aan de wethouder. Deze actie wordt mede ondersteund door de Popunie en de Rotterdamse Jongerenraad.

Onderstaande tekst schetst een kader waarin mogelijke functies van een poporganisatie worden aangegeven. Het belang van een Poporganisatie wordt door partijen onderschreven. Deze tekst is bedoeld om de discussie hierover op gang te krijgen. De Cultuurbrigade nodigt partijen van harte uit hier op te reageren en suggesties te doen.

Een Rotterdamse Poporganisatie in het kort (RP):

  • – Netwerk
  • – Promotie
  • – Kennis

 

Het RP zou zich moeten inzetten voor de hele keten die Popmuziek nodig heeft om optimaal te kunnen presteren.
Uitgangspunt van het RP is niet zozeer de bezoekermaar degene die werkzaam is in de sector, met name de artiest. De content (muziek) is immers de aanjager van andere economische activiteit.

Een gezonde keten is conditioneel voor een artiest om succesvol te zijn en heeft oa voldoende

:

  • – Muziekopleidingen
  • – Oefenruimtes
  • – Podia (die ook toegankelijk zijn voor lokaal talent)
  • – Studio’s
  • – Professionals in de periferie (boekers, managers etc)
  • – Ontmoetingsplaatsen.

 

Het RP maakt deze keten zichtbaar (Netwerk) en toegankelijk voor lokale artiesten.

Daarnaast zou het RP zich moeten inzetten voor het promoten van lokale artiesten zowel lokaal als nationaal met een apart programma voor internationalisering dat toegankelijk is voor de zogenaamde ‘high potentials’.

Voorbeelden om dit te doen zijn de activiteiten zoals het Haags Pop Centrum reeds onderneemt. 
Een radioprogramma, evenementen met lokale programmering en ruimte bedingen voor lokale artiesten op grotere festivals in de stad en het beheren van het Fonds ‘Pop Overzee’. Uiteraard dient nader bepaald te worden waar de huidige situatie in Rotterdam om vraagt. Dat de keten niet goed functioneert lijkt ons geen gewaagde uitspraak.

In de ideale situatie is het RP ook bereikbaar op een fysieke locatie maar is er ook zonder die locatie voldoende mogelijkheid een bijdrage te leveren aan bovengenoemde doelstellingen.

Bierviltje-achterkant Bierviltje-voorkant

Het bierviltje.

Petitie van Cultuurbrigade werpt eerste politieke vrucht.

De inspanningen van de Cultuurbrigade en vele anderen heeft geleid tot een eerste resultaat. D66 komt met een voorstel voor een ‘Popgenie’. De term is een beetje verwarrend maar Jos Verveen, het raadslid achter het voorstel, verwijst hiermee naar de eenheid in het leger. Dit is ook een knipoog naar de ‘Stadsmarinier’.

Belangrijkste is dat dit voorstel pleit voor een onafhankelijk partij die het vrijgekomen budget van WATT gaat beheren.

 

Het D66 voorstel is hier te lezen

Een interview met toelichting staat hier

Binnenkort zal het voorstel in de raad worden besproken.

 

Eerste bierviltjes aangeboden!

Dinsdag 8 maart nam wethouder Antoinette Laan de Popwarming bierviltjes in ontvangst.

Aanbieders namens alle ondertekenaars waren Hans Mosselman en Steven Engel van stichting Cultuurbrigade.

Om te onderstrepen dat het vooral om de artiesten gaat werde zij vergezeld door een aantal studenten van de Zadkine Popacedemie.

Nu is het aan de wethouder om dit op te pakken. Graag zouden wij nog een keer de gelegenheid krijgen toe te lichten waarom dit een voor de sector belangrijk instrument is dat uiteindelijk geld oplevert en niet kost. Helaas was daar de afgelopen maanden geen gelegenheid voor. Binnen enkele weken verschijnt de popvisie van de wethouder en zullen we weten wat we van mevrouw Laan kunnen verwachten de komende jaren. We houden u hier op de hoogte. Tot zover waren danken wij iedereen voor zijn steun en zijn wij gesterkt in de gedachte dat samenwerken  in Rotterdam heel goed mogelijk is.

Wethouder Antoinette Laan en Hans Mosselman

WATTskeburt?

Wattskeburt?

Volgens de verschillende media en ook volgens het persbericht van de Rotterdamse Rekenkamer zijn de belangrijkste oorzaken van de ondergang van WATT de schuldenlast en de geluidsoverlast

De echte werkelijke oorzaak is echter slecht ondernemerschap van (opeenvolgende) directie en overheid. De genoemde oorzaken in het persbericht van de Rekenkamer zijn slechts een gevolg daarvan.

 

Geluidsoverlast.

Nighttown had in veel mindere mate last van deze problematiek. Volgens de rekenkamer kwamen de problemen onder anderen door: dat de ‘doos in doos’ constructie ontbrak. Dit kwam onder andere door de balkons die bij de verbouwing van WATT begin 2008 zijn gebouwd.(pagina 17)

Volgens de rekenkamer heeft deze verbouwing 2,5 miljoen Euro gekost. Als na een dergelijke investering het pand niet voldoet aan de milieu eisen, sterker nog de geluidsisolatie verslechterd is, is dat een slechte investering geweest. Deze problemen waren zowel te voorkomen als te voorzien.

Schuldenlast.

De schuldenlast is gefaseerd opgebouwd. Allereerst kan men zich afvragen waarom de gemeente het pand heeft verkocht voor ongeveer de helft van de boekwaarde aan Fons Burger (pagina 45/2-3-2). Met de wetenschap van nu zouden ze dat niet hebben gedaan uit een strategisch oogpunt maar waarom destijds slechts die prijs is bedongen lijkt geen goed ondernemerschap van de gemeente.

Dat het pand meer waard was blijkt ook uit het feit dat het nog geen twee jaar later voor het dubbele bedrag is doorverkocht.

 

In de zomer van 2006 gaat Nighttown failliet. Eerst de horeca BV en daarna de stichting. De stichting wordt meegezogen doordat er een grote oninbare vordering op de BV is. De rekenkamer zegt uitdrukkelijk niet onderzocht te hebben of hier sprake is van frauduleus handelen. Maar men kan zich toch wel afvragen onder welke titel de stichting gelden leent aan de BV. Ik zou graag hebben gezien dat dit wel was onderzocht.

 

Ondernemerschap

 

In oktober 2008, een maand na de opening, melden de exploitanten zich bij de gemeente met de mededeling dat ze in de financiële problemen zijn. Om een lang verhaal kort te maken (want in het rapport staat nog veel meer), de stichting neem de aandelen en schulden over van de My Town Horeca bv (heren Tieleman/Langenbach). Zo ontstaat WATT.

 

WATT begint dus met een enorme schuld en een pand dat niet voldoet aan de geluidsnormen. In die periode is ook Dick Pakkert betrokken bij dit project. Hij trekt zich echter al snel terug met de mededeling dat hij het zo niet goed ziet gaan. Als een ondernemer met de statuur van Dick Pakkert dit zegt (en schrijft aan de wethouder) zou er toch ergens bij de gemeente een (rood) lampje moeten gaan branden.

 

Uiteindelijk fuseren Waterfront en Nighttown. Feitelijk neem Waterfront eigenlijk Nighttown over. Dan ligt het lot van WATT in handen van de voormalig directeur van Waterfront Jasper Damsteegt die de directeur wordt van de fusie stichting (CAR).

 

Wat gelijk opvalt is Jasper maar 0,6 fte werkt. Lijkt toch wel een beetje weinig voor zo’n uitdagende functie in een turbulente periode. Daarnaast had deze directeur geen ervaring of trackrecord in (cultureel) ondernemerschap. De gemeente wist dit en stelde in juli 2009 een coach aan om deze directeur te begeleiden. De coach gaf de opdracht echter in december al weer terug omdat hij het idee had ‘buitenspel te zijn gezet’. (pagina 99).  Verder wordt in het rapport melding gemaakt van diefstal van contant geld, een ondeugdelijke administratie en verstoorde arbeidsverhoudingen.

 

Het businessplan gemaakt door hoogleraar P. van Klink was niet realistisch en vertoonde tekortkomingen (pag 74). Hoewel meneer Klink de oorspronkelijke businesscase (5 december 2008) realistisch noemt is hij als kwartier maker ook betrokken bij de 2eversie waarin prognoses verhoogt worden om de begroting sluitend te krijgen.  Allemaal zaken die niet wijzen op goed ondernemerschap. Ook hier kan men zich afvragen of een hoogleraar de juiste man is om een onderneming mede vorm te geven. Ondernemers weten hoe om te gaan met een theorie die niet meeteen praktijk blijkt te worden.

 

Men kan dus zeggen dat naast ongunstige uitgangspunten stichting CAR ook een directie had die onvoldoende geëquipeerd was de uitdagingen het hoofd te bieden. Stichting CAR was dus bij voorbaat kansloos. Bij ‘voorbaat’ betekent ook dat onder die omstandigheden de gemeente niet had moeten investeren.

 

Conclusie.

 

Slecht ondernemerschap is de ondergang van WATT geweest. Slecht ondernemerschap van directie maar ook zeker van de kant van de gemeente.

 

De Rekenkamer doet een aantal goede aanbevelingen. Ik zou daar graag nog een aanbeveling bij doen. Zoek eerst een goede ondernemer. Het succesvol runnen van een poppodium is een uitdaging. Zonder de juiste man of vrouw aan het roer is geen bedrag voldoende om succes op langere termijn te garanderen. De (gemeentelijke) overheid roept culturele organisaties op meer ondernemerschap te tonen. Laten ze vooral zelf het goede voorbeeld geven.

 

Hans Mosselman