10407356_884860444912916_1171367480347403688_n

Trouwen op de Dag van de Romantische Muziek

Officiële huwelijksplechtigheid nu mogelijk tijdens festival

Wat is er romantischer dan je ja-woord geven? Trouwen op de Dag van de Romantische Muziek! Tijdens Rotterdams oudste muziekfestival kan dit jaar voor het eerst getrouwd worden. Het huwelijk wordt door een bevoegde trouwambtenaar gesloten en is daarmee dus officieel. Liefdeskoppels kunnen ook trouwgeloften vernieuwen of in ondertrouw gaan tijdens het evenement. Uiteraard is de mogelijkheid om te trouwen slechts één van de onderdelen van het muziekfestival, dat ook dit jaar het Park bij de Euromast zal voorzien van een flinke dosis klassieke muziek. Bezoekers worden bovendien op culinair gebied in de watten gelegd met een keur aan heerlijke gerechten en mooie dranken. De Dag van de Romantische Muziek vindt op 23 augustus plaats.

Trouwen in het mooiste park van Rotterdam met de zoete klanken van klassieke muziek op de achtergrond, catering door de beste culinaire bedrijven van Rotterdam en duizenden gasten die zich vergapen aan de prachtige jurk van de bruid. Klinkt als een onbetaalbare bruiloft, maar deze zomer is het haalbaar voor iedereen. Op de Dag van de Romantische Muziek is het vanaf deze editie namelijk mogelijk om officieel het ja-woord te geven, geloften te vernieuwen of in ondertrouw te gaan. De plechtigheid wordt door een Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand voltrokken. Om een wettig huwelijk te kunnen voltrekken, dient het paar wel van tevoren in ondertrouw te zijn gegaan bij de gemeente Rotterdam. Om die reden moeten liefdeskoppels zich van tevoren aanmelden via de website. Ze kunnen de romantische knoop maar beter zo snel mogelijk doorhakken, want er is slechts een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Voor de bruiloften is het mooiste plekje van Het Park gereserveerd, daar waar het Tussen de Hagen concert altijd plaatsvond. Romantiek gegarandeerd.

ParkProeven
Klassieke muziek in allerlei vormen en uitvoeringen staat centraal op de Dag van de Romantische Muziek, maar ook op culinair gebied is er op 23 augustus van alles te beleven. Waar op andere festivals patat en ander fastfood geserveerd wordt, kiest de Dag van de Romantische Muziek voor een meer culinaire invulling. Op verschillende plekken serveren Rotterdamse traiteurs, restaurants en specialisten hun lekkerste gerechten. Denk aan goede koffie, vers gebakken brood, mooie wijnen, ambachtelijke taarten en een keur aan hartige gerechtjes. Door iets lekkers te kopen bij ParkProeven steunen bezoekers bovendien het gratis festival.

Vrijwillige donatie

Voor de Dag van de Romantische Muziek wordt nog steeds geen entree geheven, ondanks het feit dat het evenement nog maar nauwelijks subsidie ontvangt. Om De Dag van de Romantische Muziek ook in de komende jaren gratis toegankelijk te laten zijn, komt bij de uitgang een reuze spaarpot te staan waar bezoekers hun kleingeld (briefgeld mag ook) in kunnen werpen. Wie doneert, ontvangt de Romantische Krant , het programmaboekje van de Dag van de Romantische Muziek

N.B. Om een wettig huwelijk te kunnen voltrekken op de Dag van de Romantische Muziek, dient het paar tijdig van tevoren een afspraak te maken bij de Gemeente Rotterdam (via de Stadswinkel) en aangifte te doen van het huwelijk (in ondertrouw gaan). Liefdesparen kunnen zich aanmelden via de website van de Dag van de Romantische Muziek om het evenement als trouwlocatie te gebruiken. Voor het vernieuwen van de geloften hoeft men alleen contact op te nemen met de organisatie van de Dag van de Romantische Muziek en is het maken van een afspraak bij de gemeente niet nodig.

______________________________________________________________________________

Algemene informatie

De Dag van de Romantische Muziek is het oudste muziekfestival van Rotterdam. Het begon ooit heel klein met een ensemble in de rozentuin van Het Park, maar groeide door de jaren uit tot een volwaardig klassiek muziekevenement waar tussen de 25.000 en 40.000 bezoekers op af komen en waarvan dit jaar op 23 augustus 2015 alweer de 29e editie wordt georganiseerd. Bezoekers uit het hele land strijken neer op de glooiende grasvelden van Het Park, al dan niet gekleed in romantische kleding of getooid met een hoed. Vandaar dat het festival ook wel ‘Ascot in Het Park’ genoemd wordt. Het volledige programma van De Dag van de Romantische Muziek is binnenkort te vinden op de website. 

 

 

140511LL1925

Romantiek op Keukenhof – 9 en 10 mei

Ook dit jaar organiseert Cultuurbrigade met de Dag van de Romantische Muziek een Romantisch Weekend in de Keukenhof. ‘Romantiek in Keukenhof’ vindt plaats op 9 en 10 mei, dus wat is er nu leuker dan moederdag vieren tussen de bloemen en mooie muziek?

Kijk voor meer informatie over het programma op www.dagvanderomantischemuziek.nl

icon-person-512

GEZOCHT: stagiair

Stage productiemedewerker festival bij Stichting Cultuurbrigade in Rotterdam

Ben jij op zoek naar een uitdagende stage waar je veel kan leren? En heb jij een talent voor organiseren, plannen en een passie voor muziek?

Dan zoeken wij jou!

Wij zijn op zoek naar een stagiair (m/v) die ons team komt ondersteunen met verschillende productie- en organisatie werkzaamheden bij evenementen/festivals. Je bent hierbij de rechterhand van de projectorganisatie en krijgt hierbij een hoop leuke uitdagingen!

Wij bieden je een stageplaats waar je veel kan leren en werkervaring kan opdoen. Je houdt je bezig met de voorbereiding, begeleiding en uitvoer van evenementen. De stage is voor 4 of 5 dagen per week en het is belangrijk dat je ook in de zomermaanden beschikbaar bent. Tijdens je stage zal je samenwerken met een klein projectteam en leren welke verschillende aspecten er komen kijken bij het organiseren van een festival. Naast de productie krijg je inzicht in communicatiewerkzaamheden, programmering en financiën. Jouw eigen ideeën en initiatieven worden door ons erg gewaardeerd en wie weet krijg je de mogelijkheid om hier ook mee aan de slag te gaan.

Wij bieden:

  • Een bruisende stageplaats in het hartje van Rotterdam
  • Een leuk en gezellig team
  • Goede begeleiding in je stage en de mogelijkheid veel te leren
  • Vergoeding in overleg

Jouw kenmerken:

  • Je volgt een creatieve opleiding in de richting van Kunst en Cultuur, Eventmanagement, Vrijetijdmanagement of Media en Entertainment management
  • Je komt uit Rotterdam of hebt affiniteit met de stad
  • Je hebt een overtuigende, creatieve en initiatiefrijke persoonlijkheid
  • Je vindt het een uitdaging om hard aan het werk te gaan
  • Je hebt humor, in welke vorm dan ook
  • Een rijbewijs is erg handig, maar niet per se noodzakelijk

Heb je interesse? Stuur een mailtje met je CV en motivatiebrief naar communicatie@cultuurbrigade.nl en dan hopen we je snel eens te zien om kennis te maken!

drm_thumb_fix

Steunstichtingen en vriendenclubs in de culturele sector

Wat is er nodig bij het opzetten van een vriendenclub van een culturele instelling? En wat zijn de valkuilen volgens de experts? De Cultuurbrigade bezocht op uitnodiging van het Bloggers Netwerk een workshop over steunstichtingen en vriendenclubs in de culturele sector, georganiseerd in het kader van de Uitmarkt 2014 en ging op zoek naar een antwoord.

“Het opzetten van het U&Eye fonds was een enorme klus”, vertelt Hester Wolff. Ze trapt de workshop af met een openhartig verhaal over de inrichting van een steunfonds voor het EYE Instituut. Het gebouw zat met een financieringsvraagstuk. Twee jaar voordat het nieuwe huis voor Film haar deuren zou openen aan het IJ, was er behoefte aan snel geld. Geen tijd om koude relaties op te warmen, geen tijd voor uitvoerige sponsor onderhandelingen. Hester nam samen met de crème de la crème van de Nederlandse filmwereld een promotiefilmpje op, benaderde de Vondelfanclub waar reeds veel Amsterdamse filmliefhebbers zich in hadden verenigd en stichtte een zakelijk netwerk genaamd U&EYE Fonds. De levels van dit geefprogramma lopen van 4.000 tot 10.000 euro. Het fonds kende een vliegende start: de vrienden kregen een rondleiding en een feest in het EYE nog voor de opening, de borrels waren drukbezocht en het EYE prees zich gelukkig met de steun van een groeiende groep trouwe bezoekers.

Nu, twee jaar later geeft Hester toe: de financiële voordelen van dit fonds vallen tegen. De investering in het uitdenken van dit fonds was behoorlijk en de administratieve backoffice van de transacties èn van het warm houden van alle relaties met de nieuwe vrienden heeft ze
onderschat. Ook de tegenprestaties waren te genereus. Alle vrienden kregen een kortingskaart, waar een saldo opstond waarmee zij hun uitgaven in het EYE konden betalen. Sommige vrienden namen dit zo letterlijk dat ze Hester opbelden als hun saldo op was.

Gastheer Axel Rüger vertelt over de ontmanteling van de vrienden van vereniging van het Van Goghmuseum. Deze vriendenstichting was een einge leven gaan leiden en had zo’ n andere doelstellingen dan het museum dat het opheffen van de vriendschap de enige optie was. Hij
benadrukt dat financiële betrokkenheid geen vriendenkring vereist: fans kunnen namelijk ook alleen doneren. Martijn Sanders, voormalig directeur van het Koninklijk begeleidt de workshop en deelt ook zijn verhaal over de haat-liefde verhouding die het Concertgebouworkest met sommige steunkringen heeft. Beide heren geven als tip: bedenk goed wat het doel is van een steunkring of stichting en richt vanuit deze gedachte het programma in.

Eva Kalis wint de aanwezigen voor zich als ze vol passie vertelt over haar werkzaamheden als accountmanager Fondsenwerver bij het Rijksmuseum. De manier waarop ze over de gevers praat en direct begint over de inhoud waarvoor ze werft, is voor velen in de zaal nog leerzamer dan de praktische tips die ze geeft. Haar advies laat zich samenvatten in: houd het simpel en persoonlijk. Donateurs zijn liefhebbers, zegt ze en moet je ook zo aanspreken. Ze wordt bijgevallen door drie donateurs uit het publiek, die zijn uitgenodigd om de gevers te vertegenwoordigen in de discussie. De workshop legde de complexiteit van het inrichten van een vriendenprogramma bloot door de bespreking van de vele praktijkvoorbeelden. Conclusie na drie uur: er is geen blauwdruk voor het financieel betrekken van fans bij een organisatie. Succesvol werven gebeurt vanuit liefde voor de specifieke kunst en cultuur, niet met alleen een netwerkborrel. Marielle Verhaar, Directeur Goede Doelen ABN AMRO, MeesPierson Instituten & Charitas voegt hier een treffende observatie aan toe: kunst en cultuur is niet zielig, maar gaat vaak om schoonheid, om een positief gevoel. Verleid potentiële gevers met die meerwaarde, met het tonen van die schoonheid, geeft ze mee aan de aanwezige culturele bestuurders in de zaal.

Martijn Sanders stuurt ons naar huis met een praktische checklist van wat er volgens hem nodig is om een steun of vriendenkring op te zetten. De lijst is best uitgebreid en heeft als onderliggende boodschap: een vriendenclub is niet zomaar vormgegeven, maar kost aandacht
en vlieguren. Sanders’ checklist voor succesvol opzetten van een vriendenclub:

  • Formuleer als instelling je doelstelling: ben je een museum, theater? Of is jouw doelstelling groter?
  • Wat is je zichtbaarheid? Wie is/zijn jouw doelgroep(en)?
  • Wat mogen de tegenprestaties kosten?
  • Welk netwerk heeft jouw organisatie en welke netwerken wil je aanspreken?
  • Hoe ga je een vriendenclub onderhouden?
  • Hoe behoud je de band met vrienden?
  • Hoe communiceer je met ze?

(Zijn tip: geef de vrienden veel wapenfeiten over de organisatie. Stuur ze bijvoorbeeld als eerste een bijzonder persbericht toe, deel goede recensies en nieuwtjes gretig.)

  • Wie zijn je mogelijke partners?
  • Gaat het om geld of om draagvlak? Deze vraag ligt ten grondslag aan de keuze voor eenbepaald gevraagd bedrag. Wil je zoveel mogelijk mensen bereiken; veel mensen die weinig geven, of wil je geld verdienen eraan? Dan zul je de doelgroep moeten specificeren, een vriendenclub moeten opzetten met een exclusiever karakter en meer moeten vragen.

Nienke Binnendijk is freelance fondsenwerver in de culturele sector en zoekt naar manieren om een zo groot mogelijk draagvlak te creëren voor de maatschappelijke en artistieke waarden van kunst en cultuur. Zij was namens de Cultuurbrigade aanwezig op de workshop op 29 augustus 2014.

Resultaten Enquête muzikaal ondernemerschap

Resultaten Enquête muzikaal ondernemerschap.

De enquêtevragen vindt u hier.

Enige weken geleden stelden wij een enquête op om meer inzicht te krijgen waar ondernemers in de muziekindustrie tegenaan lopen in hun beroepspraktijk. Hierbij ging het ons vooral om de ariesten en kleinere ondernemers en niet zozeer om de ‘Majors’. In totaal hebben wij 46 volledig ingevulde enquêtes ontvangen.

 

Wie heeft de enquête in gevuld?

Bij de eerste vraag ‘Wat is je achtergrond waren meerdere antwoorden mogelijk’. Wat direct opvalt is dat respondenten ook meerdere achtergronden hebben. Het antwoord  ‘artiest’ is weliswaar het meest gegeven (58,5%) maar ook een derde van de respondenten is manager, producer, componist of boeker. Het antwoord ‘publisher’ is slecht een keer gegeven en ook ‘sessiemuzikant’ en ‘lespraktijk’ zijn ondervertegenwoordigd. Ruim de helft van de respondenten is al enige tijd aan het ondernemen maar zoekt naar groeimogelijkheden. Conclusie: mensen die werkzaam zijn in de muziekindustrie vervullen vaak meerdere functies uit de bedrijfskolom.

 

Houding ten opzichte van ondernemen

Een meerderheid is het met de stelling eens dat ‘ondernemen steeds belangrijker wordt voor artiesten’. Bijna de helft vindt dat ondernemen gewoon een kwestie van doen is maar een derde van de respondenten geeft aan daar hulp bij nodig te hebben.

 

Belangrijkste knelpunten

Bijna 60% van de respondenten geeft aan dat het beperkte netwerk dat zij hebben een probleem vormt. Iets wat wij zelf ook hebben ervaren bij het beginnen met onze onderneming. Elke nieuwe medewerker brengt ook een stuk netwerk mee. Het lastigste moment is het moment dat je er helemaal alleen voorstaat en dat probleem proberen we te ‘tackelen’ met ons ‘Rotterdamse Muziekcluster’. Op een locatie werken aan je eigen onderneming maar wel op een plek waar een deel van het netwerk dat je nodig hebt zich ook bevindt.

 

Andere knelpunten zijn ‘te weinig kennis van ondernemen’, ‘geen goede werkomgeving’ en ‘ik geef er te weinig prioriteit aan’.  De eerste twee knelpunten willen zijn ook op te lossen en ons muziekcluster wil daar graag een rol in spelen. Het laatste punt is iets wat toch bij de ondernemer zelf ligt Vooral voor artiesten is het een begrijpelijke constatering en degenen die daar de confrontatie met zichzelf aangaan hebben naar onze mening een grotere kans op duurzaam succes.

 

De werkplek

 

Een derde van de respondenten geeft aan geen goede werkomgeving te hebben. Wij zien dan een beetje voor ons dat na het repeteren er in de oefenruimte nog even wat zaken worden geregeld met een blikje bier erbij. Niet allen werkzaamheden lenen zich daarvoor. Een gestructureerde omgeving waar je echt komt om te ondernemen zal denken wij een positief effect hebben op de resultaten. De plek waar je je muziek maakt en waar je je muziek vermarkt zijn twee verschillenden en vragen om andere faciliteiten en een andere houding en sfeer.

Verder is bij de keuze voor een werkplek de prijs het doorslaggevende argument. Toch scoort ‘sfeer’ een tweede plaats, een toch wat verrassende uitkomst. Belangrijkste faciliteit is met afstand ‘snel internet’ met 97%. Overigens varieert de prijs die men bereid is te betalen voor een werkplek van € 100,00 tot €250,00 voor een werkplek. Men vindt de prijs dus wel belangrijk maar wat die prijs moet zijn verschilt wel sterk per respondent.

 

Netwerk

 

Op de vraag met wie je dan graag een kantoor wil delen scoren alle vragen nagenoeg even hoog. Op de vraag over welk onderwerp je meer zou willen weten (spreekuur) scoort dan weer ‘marketing’ het hoogst  (61,7%) gevolgd door algemeen ondernemersadvies (47%).

 

 

Conclusie: De zelfkazende artiest is aan een opmars bezig. Dit gaat niet zonder uitdagingen gepaard. Toch ziet op een enkeling na het belang van ondernemen. Het belangrijkste knelpunt is het netwerk. Dit komt waarschijnlijk door de beperkte gemiddelde bedrijfsomvang.

Afstudeer Onderzoek Popbeleid Rotterdam

Het eerste wat me opvalt als ik deze blog typ is dat het woord ‘popbeleid’ niet door de spellingscorrector wordt herkend. In het afgelopen jaar meldden zich spontaan 2 studenten die wilden afstuderen bij de Cultuurbrigade. Beiden hadden als onderwerp het popbeleid van de gemeente Rotterdam.

Waarschijnlijk hadden ze uit onze lobby voor een onafhankelijke poporganisatie de conclusie getrokken dat hier de plek was om af te studeren. Bij een net vers opgerichte organisatie staat het begeleiden van afstudeerders niet helemaal bovenaan de lijst maar omdat wij zowel de personen in kwestie leuk vonden en het onderwerp belangrijk hebben we toch onze medewerking verleend.

Dit is een korte blog, maar wel met een bijlage van 114 pagina’s. Dat is de scriptie van Rens de Haij. Rens studeerde media- en entertainment management aan de Hoge school in Holland. En zoals de verleden tijd van vorige zin al doet vermoeden is hij inderdaad succesvol afgestudeerd en naar mijn mening ook verdiend.

Voor degenen die het hele document niet wil doorworstelen hieronder de conclusies die Rens trekt. Ik vind het overigens bij vlagen een prettig leesbaar document. Vooral de interviews vind ik leuk om te lezen.

Conclusies en aanbevelingen:

conclusies:

• Er is bijna geen sprake van samenwerking tussen de popsector en de
gemeente Rotterdam maar ook niet onderling binnen de sector.
• De wil bij de gemeente Rotterdam is er wel maar de manier waarop
problemen opgelost zouden moeten worden is onbekend.
• De doelstellingen die door de gemeente gesteld worden zijn niet SMART
geformuleerd en dus ook moeilijk te controleren op succes.
• Er is een gebrek aan een langetermijnvisie waardoor er een beleid op korte
termijn gemaakt wordt.

Aanbevelingen:

• De gemeente Rotterdam zou een langetermijnvisie voor de popsector moeten
creëren die zo mogelijk bindend is, maar in ieder geval verder reikt dan een
collegeperiode van vier jaar.
• Deze langetermijnvisie zou gecreëerd dienen te worden in samenspraak met
de popsector. De nieuwe te vormen poporganisatie zou hiervoor geschikt zijn.
• Vorm vanuit die langetermijnvisie doelstellingen die SMART geformuleerd
zijn. Als doelstellingen SMART geformuleerd zijn, zijn ze ook toe te passen
en te controleren. Als dan bepaalde doelstellingen niet behaald worden door
interne of externe invloeden, dan is het ook duidelijk waardoor dat komt. Dit
zou meer begrip vanuit de sector op kunnen leveren.
• Focus niet op een groot stedelijk poppodium. Hierdoor wordt het zicht
op de rest van de sector verloren. Zorg liever voor een goede
basisinfrastructuur.
• Zorg ervoor dat de poporganisatie naast al haar andere taken ook de
loketfunctie gaat vervullen. Zij kan ervoor zorgen dat de communicatie
tussen de gemeente en de sector zelf beter zal verlopen.
• Neem als gemeente hierin een meer faciliterende rol aan en zorg
ervoor dat het voor een ondernemer makkelijker is om bijvoorbeeld
aan een vergunning voor latere openingstijden te komen. Focus
hierbij niet zo erg op panden en huurprijzen.
• Pas professionalisering toe aan de poort, bij de inschrijving van de
lange termijn subsidies. Geef die subsidie pas als er goede lange
termijn plannen zijn. Zorg dat de plannen ook gecontroleerd worden
aan de hand van de code cultural governance (cultureel
ondernemerschap).
• Verander de manier van subsidie verstrekken.

Vooral het laatste punt valt nog veel over te zeggen. Laten we in elk geval hopen dat de nieuw te vormen poporganisatie bijdraagt grote delen van bovenstaande punten te realiseren.

Hans Mossselman

Ondernemen en het Cultuurplan 2013-2016

Het cultuurplan is er! Op punten kan deze nog worden gewijzigd maar de uitgangspunten staan er. Het document is hier te lezen. Wat mogen ondernemers en instellingen in deze sector ervan verwachten?

Ondernemerschap is het toverwoord of, zo u wilt, het cliché van het moment. Dat is op zich niet onlogisch want willen we evenveel cultuur houden met minder overheidsbijdrage, zal er geld uit de markt moeten komen.

Definitie ondernemerschap volgens DKC

‘Ondernemerschap in de culturele sector veronderstelt dat instellingen zich richten op professionele, inhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, vanuit een eigen visie en strategie. Dat betekent dat wij ervan uitgaan dat de culturele organisaties zich ook bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, hun omgeving (regionaal, nationaal en internationaal) en hoe zij zich tot de stad verhouden’.

Definitie volgens het competentie woordenboek

‘Signaleren van kansen in de markt, zowel voor bestaande als nieuwe producten/diensten, ernaar handelen en daarbij risico’s durven nemen’.

Twee dingen vallen meteen op. In de definitie van DKC komt het woord ‘markt’ niet voor, evenals het woord ‘risico’. DKC spreekt ook niet over ondernemers in het cultuurplan, maar over ‘instellingen’. Het lijkt alsof het plan is geschreven vanuit de gedachte dat (gesubsidieerde) instellingen de partijen zijn die aan de culturele sector vormen.  Deze denkwijze is geen breuk met de traditie en geeft geen vorm of inhoud aan ‘echt’ cultureel ondernemerschap en doet daarmee niet gesubsidieerde instellingen tekort.

De cultuurmarkt

Op pagina 6 wordt expliciet gezegd dat de noodzaak tot bezuinigen noopt tot een ‘heroriëntatie met de marktsector’. Niet helemaal duidelijk is wat er nu met de marktsector wordt bedoeld. Zijn dat de culturele ondernemers of juist het bedrijfsleven dat meer zou moeten bijdragen aan deze sector? In elk geval blijft onduidelijk waartoe die heroriëntatie zou moeten leiden en hoe daar concreet invulling aan wordt gegeven.

De cultuurmarkt is een eigenaardige markt. Ten eerste volgt in tegenstelling tot een veel andere markten de vraag het aanbod. Ten tweede is de overheid op deze markt de grootste speler en beïnvloed zij deze markt in grote mate. Dit schept een grote verantwoordelijkheid voor de overheid, met name in de richting van ondernemers in deze markt. Als je geen (overheids)subsidie krijgt laat je als ondernemer een grote ‘klant’ liggen en dus zullen de meeste ondernemers ook vroeg of laat noodgedwongen een subsidie aanvragen.

Is dit dan een pleidooi voor het afschaffen van subsidies? In elk geval is het geen pleidooi voor de besteding van publiek geld aan cultuur. Vanuit de collectieve inkoop gedachte zal dit een noodzakelijk middel zijn waarvoor geen denkbaar efficiënt alternatief is. Misschien is een heroriëntatie over subsidiering wel op zijn plaats. Als we ‘voor de discussie’ even kort door de bocht zeggen dat de overheid met het cultuurbudget leefbaarheid in de stad koopt als uitgangspunt nemen. Diezelfde overheid zou zich dan de vraag kunnen stellen welke partij kan tegen de beste prijs die leefbaarheid leveren.

Cultuursubsidies worden in de regel gegeven aan instellingen zonder winstoogmerk. Ondernemers vallen dus automatisch af als partij om deze leefbaarheid bij in te kopen. Deze vanzelfsprekendheid zou ik graag ter discussie stellen. Uiteraard ben ik me ervan bewust dat hier ook allerlei (Europese) regelgeving aan ten grondslag ligt. Gevolg is echter wel dat ondernemers, willen zij aanspraak maken op subsidie, een stichting oprichten. Er is een veelheid aan stichtingen die feitelijk onder de controle staan van een ondernemer. Ik heb daar het gevoel bij dat we elkaar een beetje voor de gek houden. Dit woud aan stichtingen kost ook nog eens veel geld en energie om in stand te houden.

Een voorbeeld

Een groot evenementenkantoor in Rotterdam laten we deze XYZ noemen organiseert al jaar en dag een gratis toegankelijk festival in Rotterdam. Formeel gezien wordt het festival georganiseerd door Stichting ABC, gevestigd op hetzelfde adres. ABC laat de werkzaamheden grotendeels over aan XYZ en andere vaste partners. ABC vraagt zelden of nooit een concurrerende offerte aan voor de productie of programmering. De vraag is dan ook hoe onafhankelijk deze stichting daadwerkelijk is.

De onderneming loopt zo geen risico, maar kan er ook niet meer aan verdienen dan in de aanvragen is vastgelegd en volgens de regels van cultural governance is toegestaan. De stichting zou nog wel een winst kunnen maken, maar kan die niet uitkeren. Ook aan de meeste instellingen is er een maximum gesteld aan de vermogensreserve die zij mogen opbouwen. Hou je veel geld over als stichting dan probeer je dat middels extra uitgaven te doen anders loop je het risico volgens jaar minder geld te krijgen. Er is nu dus bijna geen stichting te vinden die voldoende reserve heeft opgebouwd om eventuele significante kortingen als gevolg van de bezuinigingen op te vangen.

Deze situatie werkt ondernemerschap tegen. Het nemen van risico, en het beloont worden voor het goed presteren, zijn blijkbaar geen uitgangspunten bij subsidieverstrekking.  Dat kan anders.

Alternatief

Dat is niet eenvoudig. Je zou naar de mogelijkheid kunnen kijken om een vehikel (gefinancierd door overheid, bedrijfsleven en particulieren) op te tuigen dat investeert in cultuur en risico’s afdekt en dat ook zaken doet met ondernemingen. Zo kan je kappen in het woud van stichtingen. Door niet altijd te subsidiëren, maar garanties te geven aan risicovolle culturele activiteiten met minder geld, toch een hoop mogelijk te maken. Tevens zou de mogelijkheid er moeten zijn om een premie op risico te incasseren zodat de geldstroom die ontstaat duurzaam wordt.

Traditioneel wordt er geld gegeven aan een aantal instellingen die (middels een stichting) zelf programma inkopen. Voor een ‘maker’ is het dus geprogrammeerd worden of niet. Het is heel lastig om (voor eigen rekening en risico) een plek te vinden in de stad. Een verschuiving van subsidie van culturele ‘facilitators’ naar makers van cultuur zou meer dynamiek in de markt kunnen brengen. De bakstenen moeten dan zaken doen met inhoud waarbij zij meer met elkaar zullen strijden om aantrekkelijke partijen binnen te halen. De makers op hun beurt zullen meer worden uitgedaagd om naar hun publiek te kijken als financieringsbron. Dat ga je vanzelf doen als je risico neemt en dit niet automatisch overlaat aan de beheerder van de stenen. Zo zou in de popsector het ‘spelen voor de deur(opbrengst)’ weer terug kunnen komen. Door de manier van financieren is dit in Nederland in tegenstelling tot veel andere landen uitgestorven. Zo krijgen ondernemende bands meer kansen.

Nieuwe generatie cultuurmakers en publiek

In het cultuurplan wordt aangegeven dat er meer ruimte moet komen voor een nieuwe generatie makers en publiek. Nog niet duidelijk is, hoe dit bereikt wordt. Sowieso ontbreken helder en meetbaar geformuleerde doelstellingen in dit plan. Dit wijkt overigens niet af van de meeste stukken die vanuit het stadhuis komen. Om dit te verwezenlijken is meer nodig dan alleen opschrijven dat je het wil.

Samenvattend

De culturele markt is een complexe markt. Hoewel de gemeente als een van de drie speerpunten ‘ondernemerschap’ noemt (naast Levendige binnenstad en Talentontwikkeling). Heeft zij duidelijk moeite hier beleid op te maken. Misschien eens een echte ondernemer vragen en niet weer een of andere professor in de ‘Cultuurkunde’. Het is crisis, laat die niet verloren gaan!

Hans Mosselman.

Popsector Rotterdam betaalt rekening WATT

Tijdens de laatste commissie vergadering JOCS (Jeugd, Onderwijs, Cultuur en Sport) is wederom besproken wat er met het budget gaat gebeuren dat gereserveerd was voor WATT en dus voor de Popsecotor.

Er staat voor 2011 en 2012 jaarlijks ongeveer € 1.200.000 in de begroting waarvan € 400.000 is ‘geoormerkt’ als programmeringsbudget. Dit laatste bedrag wordt door DKC beschikbaar gemaakt als projectsubsidie aanvragen kan tot 1 juli 2011.

Het resterende bedrag wordt door wethouder Laan gereserveerd voor de juridische claims die de gemeente boven het hoofd hangen. Hoe groot de reservering is kon zij naar eigen zeggen niet in de openbaarheid brengen in verband met de invloed die dat zou hebben op de rechtszaak. Dit is vreemd omdat het uiteindelijk toch ook in de begroting opgenomen moet worden die door de raadsleden moet worden goedgekeurd en die openbaar is.

Ik heb er in mijn inspreek minuutjes voor gepleit dat het bedrag alsnog voor de sector beschikbaar zou komen. Juist op dit moment is de popsector er niet bij gebaat dat het budget verder wordt beperkt. Hoewel uiteindelijk de raadsleden (uw volksvertegenwoordigers) de budgetten bepalen blijft het mij onduidelijk hoe zij hier tegenover staan. Ik heb een aantal van hen per mail gevraagd wat hun standpunt daarover is maar heb tot op heden geen antwoord mogen ontvangen. Het zal er dus op neerkomen dat de sector, die je toch moeilijk verantwoordelijk kan houden voor het fiasco WATT zelf de rekening gepresenteerd krijgt.

Opvallend is ook dat er eigenlijk helemaal geen geluid uit de sector zelf komt. De stem van onze sector klinkt zwak in het stadhuis. Dat zou een van de taken moeten worden van de onafhankelijk poporganisatie waar wijal geruime tijd voor pleiten. De popsector komt er immers bekaait af als je het afzet tegen de cultuurparticipatie in onze stad. Gelukkig hebben inmiddels een aantal partijen zich uitgesproken voor het idee van een onafhankelijke poporganisatie. Zo kwam Jos Verveen van D66 met een eigen voorstel voor een ‘popgenie’ en zijn er van SP tot Leefbaar medestanders te vinden. De wethouder en raadsleden zijn voornemens een werkbezoek te brengen aan Den Haag om zich daar te laten informeren over het functioneren van Haagse poporganisaties Musicon en het HPC.

Het is nu zaak als sector hier bovenop te blijven zitten nu we de mogelijkheid hebben daadwerkelijk iets te verbeteren. Iets wat eigenlijk sinds de jaren 70 in Rotterdam niet is gelukt. Laat u horen!

Uiteraard zal ik het hier weer melden als er nieuws is.

Hans Mosselman

Popvisie Rotterdam

Popvisie

Hij is er dan de popvisie! Hij is in zijn geheel hier te lezen.

We zijn natuurlijk blij dat hij er is en dat wethouder Laan er zich van bewust is dat Rotterdam een podium van het formaat Nighttown moet hebben.

 

    1. Popvisie?

Een visie zou een blik moeten zijn op de toekomst van de popsector en inzicht geven over welke maatregelen er genomen moeten worden om de gewenste toekomstige situatie te bereiken. Deze popvisie is nou niet het meeslepende verhaal over een mooie toekomst voor de Rotterdamse Popsector. Eigenlijk gaat het helemaal niet over de ‘sector’ maar voornamelijk over het grootstedelijke podium wat er mist. In de paar regels die er wel aan de sector worden besteed gaan voornamelijk over mogelijkheden tot optreden. De popsector beslaat echter een veelheid aan andere activiteiten die allemaal belangrijk zijn voor een lokale muziekindustrie. Deze popvisie is van wethouder Laan die cultuur in haar portefeuille heeft. Toch zou in een echte visie ook bijvoorbeeld het (sociaal) economische aspect belicht moeten worden.

 

    1. Cultureel Ondernemerschap

Het woord ‘ondernemerschap’ wordt meerdere keren genoemd. In lijn met het ‘collegewerkprogramma’ richt de aandacht van de gemeente zich talentontwikkeling en ondernemerschap (pagina 1).

Dat is een goede zaak zou de daad bij het woord worden gevoegd. Ondernemerschap is immers het enige duurzame middels om de weerbaarheid van de sector tegen de verschraling van het cultuurbeleid te vergroten.  Met verbazing lezen we op bladzijde 6 echter dat een eventueel grootstedelijk popodium moet worden geëxploiteerd door een stichting. Dit staat haaks op de uitgangspunten van het collegewerkprogramma en is uit de pen van een VVD wethouder toch minimaal curieus te noemen.

Bij de overheid heerst nog steeds de gedachte dat met Cultuur er geen geld  verdient kan en mag worden. Cultuursubsidies worden nagenoeg uitsluitend gegeven aan instellingen zonder winstoogmerk. Dit dogma staat de ontwikkeling van de hele sector in de weg en gebleken is dat het niet effectief is. De gemeente doet continue zaken met ondernemers. Als er een parkeergarage moet worden gebouwd is het geen enkel probleem dat daar een ondernemer de opdracht krijgt. Zo zou het ook geen probleem moeten zijn als een culturele ondernemer overheidsgeld krijgt om een door de gemeente gewenst product op te leveren. Het gaat er uiteindelijk toch om dat de gemeente het beste resultaat krijgt voor de scherpste prijs. Dat niet-commerciële instellingen daar automatisch de beste papieren voor hebben is nu wel bewezen een misvatting. Als gevolg van dit beleid is er een woud van stichtingen ontstaan die uitsluitend tot doel hebben in aanmerking te komen voor overheidsgeld. Hierdoor wordt deze markt minder transparant. Dit taboe moet verdwijnen ten faveure van cultureel ondernemerschap.

 

    1. WATT 2.0

Naast het in punt 2 genoemde bezwaar blijft het verder onduidelijk wat en wanneer er gaat gebeuren. Degenen die het haalbaarheidsonderzoek zal uitvoeren zal toch wel wat meer randvoorwaarden moeten hebben om een resultaat te kunnen presenteren waarop ook actie kan worden ondernomen. Daarbij zal toch iets gezegd moeten worden over geld, tijd etc.

Opvallend is ook de zin op pagina 6 ‘ Op basis van onze kennis van de sector hebben wij er allen vertrouwen in dat een geschikte partij zich aandient wanneer wij als stad de juiste faciliteiten aanbieden en een heldere rolverdeling hanteren’. Hebben we het hier niet over dezelfde mensen die de directeur van WATT een geschikte partij vonden? De beste garantie dat een goede exploitant er alles aan doet om een podium een succes te maken is als deze er zelf geld in steekt. In de voorgestelde situatie wordt dat uitgesloten. Wij pleiten er dan ook voor dat in het haalbaarheidsonderzoek de mogelijkheid van samenwerking met een ondernemer ook wordt bekeken.

 

    1. Vrijgekomen budget

In de begroting van de gemeente staan voor 2011 en 2012 bedragen gereserveerd die bestemd waren voor WATT en dus voor de popsector. In 2011 was er ongeveer € 1.200.000,00 beschikbaar waarvan € 400.000,00 ‘geoormerkt’ is voor programmering. Dit laatste bedrag komt weer beschikbaar. Helaas wordt het resterende bedrag gereserveerd voor claims die de gemeente boven het hoofd hangen. De curator van WATT wil een bedrag terugvorderen van € 2.500.00,00 en verwijten de gemeente onbehoorlijk bestuur. Het is wel zuur dat de sector daar dus ook min of meer de rekening voor betaalt. Het liefst zouden wij zien dat het bedrag gereserveerd voor WATT in zijn geheel voor de popsector beschikbaar komt. Misschien is dat geen haalbare kaart maar dan zou in elk geval het berdrag ‘geoormerkt’ moeten worden als geld voor de ‘popsector’.

Fijn dat er in elk geval een bedrag is voor programmering van popmuziek. Er staan verder geen voorwaarden aan de besteding ervan. Toch wordt er door de DKC wel degelijk beoordeeld. Op bijvoorbeeld ‘onderscheidend vermogen’ of ‘aanvulling op bestaand aanbod’. Blijkbaar hebben ze daar dus een goed overzicht van wat er gebeurt in de stad en wat er mist. Dat vooraf aangeven zou prettig zijn voor aanvragers maar ook voor de dienst zelf die daarmee, als het goed is, minder aanvragen hoeft af te wijzen.

Overigens  is de Cultuurbrigade blij met het voorstel van Jos Verveen van D66 voor een onafhankelijke ‘popgenie’. De popcultuur is zo complex en verandert zo snel dat het voor een gemeentelijk dienst bijna ondoenlijk is daarin bij te blijven. De dienst zou zich meer bezig moeten houden op strategisch niveau en hoofdlijnen en beleidswensen laten implementeren door bijvoorbeeld zo’n onafhankelijk popgenie die middenin de sector staat.

Tot slot vinden wij het jammer dat er vanuit de sector zelf zo weinig inhoudelijke reacties zijn gekomen. Als sector hebben wij ook een eigen verantwoordelijkheid om het beleid (mede) vorm te geven. Die tijd is nu!. Op onze linkedIn groep ‘Creatieve Industrie Rotterdam’ zullen kunt u alle reacties kwijt. Hieronder reageren wordt ook gewaardeerd.

Hans Mosselman